donderdag 13 augustus 2015

Bosje Bloemen (Kort Verhaal #1)

'Weet je wat vreemd is?' vroeg ze op de dag voor ons huwelijk.
'Nou, wat is vreemd?' Had ik geantwoord. Ze begon direct te grinniken en ik keek haar verward aan.
'Voor een koppel, die al vijf jaar samen is, heb jij mij nog nooit, maar dan ook nog nooit, bloemen gegeven.' Ze gaf me een speelse blik die ik niet kon beantwoorden. Bloemen vond ik altijd overdreven, met woorden kon ik toch ook gewoon duidelijk maken dat ik van haar hield.
'Bloemen? Amehoela! Wat moet je daarmee?'
'Het is een romantische gebaar!' Ze streelde met haar hand over mijn wang en ik zuchtte.
'Bloemen zijn duur, geldverspilling.'
'Nou, ik vind ze mooi,' grinnikte ze. Ze kneep even in mijn hand en draaide zich toen om in bed. Diep vanbinnen maakte ik een belofte aan haar, dat op een dag, als ik meer dan genoeg geld zou hebben, haar elke dag een bos bloemen zou hebben.

De week na ons huwelijk maakte ik me klaar voor werk in de keuken. Zuchtend in haar pyjama knuffelde ze me van achteren.
'Moet je werken?' vroeg ze met een mierzoete stem. Ik grinnikte en knikte.
'Ik wou dat ik genoeg geld had, dan zou ik je meenemen op een huwelijksreis.' Ik draaide me om en keek op haar neer. Ze was kleiner dan ik, maar dat maakte haar niet minder mooi.
'Ik beloof dat ik ook werk ga vinden,' fluisterde ze.
'Ik ga om promotie vragen.'
'Echt?' vroeg ze verbaasd.
'Ja,' grinnikte ik. 'En dan ga ik sparen. Zodat ik onze huwelijksreis kan betalen.' Ze glimlachte maar haar ogen stonden verdrietig.

De elf maanden na ons huwelijk, op een zomerse avond, lagen we in bed. Naast me lag ze te woelen en te draaien.
'Kan je stil liggen?' vroeg ik.
'Mijn maag doet zo'n pijn,' klaagde ze.
'Ben je ongesteld?'
Ze grinnikte maar tegelijkertijd kermde ze. 'Ik ben niet ongesteld, oh, het doet zoveel pijn.'
'Moet ik een dokter bellen?' vroeg ik paniekerig terwijl mijn hart was gegrepen door angst. Koppig draaide ze zich om. 'Ik red me wel,' mompelde ze.

Het jaar na ons huwelijk zaten we in de wachtkamer van de dokter. Die dag had ik vrij genomen. Speciaal voor haar.
'Ik ben bang,' fluisterde ze terwijl ze in mijn hand kneep.
'Maak je geen zorgen,' fluisterde ik terug. 'Ze zullen vast niks vinden.'
'Wat als ze dat wel doen?' fluisterde ze.
'Dan... het komt wel goed!' Ik wuifde haar vraag weg, in de hoop dat ik haar zorgen ook daarmee wegnam. Maar we wisten beiden dat het dat het niet goed zat.

Anderhalf jaar na ons huwelijk stond ze huilend voor de wasbak. Ze was mager, scheerde opnieuw haar haar af maar nog steeds was ze mooi in mijn ogen.
'Mijn moeder vond mijn lange haar altijd het mooist,' zuchtte ze toen ze mij zag staan. 'Ze zei tegen me: "Knip het nooit af." Kijk nu... ik ben... kaal.'
'Ik vind je nog steeds mooi.' Had ik toen gefluisterd.
'Ik hoef het niet te weten,' snauwde ze. 'Iedereen zegt het, iedereen zegt dat het goedkomt, dat ik weer beter word en dat ik zo in een mum van tijd mijn haar weer terug heb maar soms kan ik het zien. In hun ogen...'
'Wat zie je, lieverd?' vroeg ik voorzichtig.
'Dat ze liegen.'

Twee jaar na ons huwelijk kreeg ik op mijn werk een telefoontje. Van mijn schoonmoeder, ze vertelde me iets wat mijn brein nooit meer zou verlaten. Ik was in huilen uitgebarsten aan mijn bureau waar mijn collega's ook zaten. Niemand begreep het, niemand wist wat er speelde, ik had nooit mijn best gedaan om vrienden te worden met anderen, ik had genoeg aan haar. Maar ze was er niet meer.

Twee jaar en drie dagen na ons huwelijk was ik compleet in het zwart gekleed. Net als de rest van mijn familie. Iedereen sprak over haar. Ze werd geprezen als een heldin en bestempeld als een engel. Maar de woorden van degenen die mij dierbaar waren gingen het ene oor het andere oor uit. Ze betekenden niets voor me.

Twee en een half jaar na ons huwelijk. Ineens sta ik hier weer. Denkend aan wat er allemaal is gebeurd. Ik mis de grote liefde van mijn leven. Iemand heeft een gat in mijn hart geboord maar heeft het niet gemaakt. De woorden die ik wil zeggen, liggen stil op mijn tong. De tranen die over mijn wangen lopen maken de situatie er niet beter op. Zuchtend ga ik door mijn knieĆ«n. Het bosje bloemen wat ik in mijn handen heb leg ik voorzichtig bij haar graf neer.
'Heb ik ze toch gekocht.'

Geen opmerkingen:

Een reactie posten