Hee allemaal,
ik heb vaak een lange tijd tussen mijn posts. Dit heeft niet alleen te maken dat ik met school ontzettend druk ben, maar ook met dat het schrijven van verhalen niet altijd mee zit.
Daarom zet ik in deze posts alle problemen van het schrijven op een rijtje en het zal je misschien wel verbazen waar ik soms tegen aan loop.
1). Geen goede namen voor personages
Personages zijn op zich makkelijk te bedenken, je kan vaak mensen uit je omgeving nemen en vanuit dat standpunt een personages ontwikkelen. Maar namen bedenken, dat is een ramp!
Aangezien sommige verhalen die ik schrijf zich niet afspelen in Nederland kan in niet met een personage komen aanzetten die 'Bas Piet Jansen' heet. Ik vind het sowieso geen leuke naam voor een personage maar het klopt ook niet als je een personage hebt die een autochtone Australiër is.
Ik heb tenminste nog nooit gehoord van een Australiër met een oer Hollandse naam.
(Dit is gelijk een tip! Kijk goed waar je verhaal zich afspeelt of waar het personage vandaan komt. Zijn ze autochtoon en komen ze uit, bijvoorbeeld, Amerika, probeer ze dan een Engels klinkende naam te geven. Zo maak je het direct realistischer.)
Bovendien moeten de namen ook nog eens een beetje leuk zijn en makkelijk te onthouden voor de lezer.
Als je een verhaal uit de 3e persoon schrijft kan je het met een naam je al een stuk makkelijker maken door bijvoorbeeld een naam te nemen die je af kan korten. Bijvoorbeeld Jackie, ik neem mijn eigen naam als voorbeeld, dat kan je afkorten naar Jack. Zo hoef je je hoofdpersoon niet continu te beschrijven als: 'Het blondharige meisje.' of continu een persoonlijk voornaamwoord te gebruiken: 'Ze was blond.' maar heb je ook nog: 'Jack, zoals ze zichzelf noemde, was blond.' Geloof het of niet het wordt dan een stuk makkelijker.
2). Wel ideeën maar geen inspiratie
Ideeën, ze komen en gaan. Ik heb er veel. Maar vaak als ik denk: 'Laat ik er maar eens goed voor zitten.' Heb ik af en toe amper inspiratie om het idee te verwerken in een verhaal. Vaak brei ik er maar wat van. Maar geloof, de kwaliteit is lager dan je dan wilt.
Daarom probeer ik altijd te schrijven wanneer ik precies weet wat ik wil. Zo kan ik, voor mij tenminste, het beste eruit halen.
3). Perfectionistisch
Soms denk je dat het heel goed gaat maar dan lees je het eindresultaat en denk je: 'Wat heb ik gecreëerd?' En geloof me, dat je als amateur schrijver nog heel vaak krijgen. Want dan is dat niet goed, dan heeft dat personage het verkeerd karakter of heb je gewoon het gevoel dat je gehele verhaal vol staat me ontzettend veel fouten. (Wat dan ontzettend meevalt)
4). Muziek
Muziek kan zoveel doen voor je "schrijf mood" het zorgt eronder voor dat je in de stemming komt van de scène die je aan het schrijven bent. Is het spannend? Zet spannende muziek op!
Is het romantisch? Zet romantische muziek op!
Is het verdrietig? Zet verdrietige muziek op!
Alleen... soms kan ik de juiste muziek niet kiezen. Heb ik zo vaak een liedje gehoord dat ik iets anders wil horen maar de juiste niet kan kiezen! (Aan het einde van deze post kom ik hier op terug)
5). Een hekel hebben aan je verhaal/personage
Anderen willen dat je doorgaat, jijzelf wil stoppen. Ik heb meerdere verhalen geschreven, op mijn vorige blog ook, dat ik bezig was met een verhaal en iedereen zei dat ik door moest gaan. Maar zelf had ik er dan totaal geen zin in maar het moest gebeuren. Uiteindelijk creëer ik dan maar een slordig einde waar ik meer dan drie maand over doe en nog geen A4'tje lang is.
6). Angst dat het niet goed is
Soms ben je al klaar met schrijven en dan krijg je ineens de angst dat het niet goed is. Dan heb je iets af en klaar om online te zetten en dan denk je later: 'Kunnen ze me hier niet belachelijk om maken?' En geloof me, daar gaan velen tegen aanlopen. Niet alleen met schrijven, maar ook met tekenen, zingen en al die andere creatieve hobby's.
En dat waren mijn "grootste" problemen. Ik denk niet dat veel jullie zich er in kunnen vinden maar er zit er vast wel eentje tussen die bekend voorkomt.
Voor de mensen die nieuwsgierig waren wat ik bedoelde bij punt 4. Er staat nu een Spotify lijst op mijn blog, waar je de muziek kan luisteren, die ik luister tijdens het schrijven!
groetjes
Jackie
zaterdag 29 augustus 2015
maandag 17 augustus 2015
Alleen en Eenzaam (Kort Verhaal #2)
Eenzaam keek hij uit over het meertje. Zijn hart was gebroken, zijn vertrouwen was in de grond getrapt. Alleen en eenzaam.
'Wat heb ik verkeerd gedaan?' fluisterde hij zacht. Een kleine traan biggelde over zijn wang en viel in het gras. 'Is nou zo moeilijk om een leven te leiden?' vroeg hij zichzelf af.
'Wat kijk jij!' Naast hem verscheen een vriend, een achtergelaten familielid waarvan hij dacht hem nooit meer te zien.
'Ik weet niet.'
'Wat weet je niet?' Zijn vriend glimlachte naar hem.
'Wat ik moet doen. Ik sta... ik sta op de afgrond.'
'Dan loop je toch weg.'
'Dat is makkelijk zeggen,' zuchtte hij. 'Ik kan dat niet zomaar doen.
'Ik heb het gedaan.'
'Ja, maar jij... jij hebt een ander leven gekozen. God weet wat je nu doet.'
'Ik ben een autodief.'
'Wat kijk jij!' Naast hem verscheen een vriend, een achtergelaten familielid waarvan hij dacht hem nooit meer te zien.
'Ik weet niet.'
'Wat weet je niet?' Zijn vriend glimlachte naar hem.
'Wat ik moet doen. Ik sta... ik sta op de afgrond.'
'Dan loop je toch weg.'
'Dat is makkelijk zeggen,' zuchtte hij. 'Ik kan dat niet zomaar doen.
'Ik heb het gedaan.'
'Ja, maar jij... jij hebt een ander leven gekozen. God weet wat je nu doet.'
'Ik ben een autodief.'
'Daarom!' riep hij geïrriteerd. De vriend lachte hardop.
'Ik heb fouten gemaakt die niemand me zou vergeven. Ik zou niet terug kunnen keren naar het leven wat ik ooit leidde. Maar jij.... jij kan dat wel.'
'Ik weet niet waar je het over hebt.' Zijn vriend gaf hem een duw en verdrietig keek hij op.
'Doe niet of je onbenullig bent. Je weet waar ik het over heb. Geniet. Leef elke dag alsof het je laatste is.'
'Maar dat is niet.'
'Ik heb fouten gemaakt die niemand me zou vergeven. Ik zou niet terug kunnen keren naar het leven wat ik ooit leidde. Maar jij.... jij kan dat wel.'
'Ik weet niet waar je het over hebt.' Zijn vriend gaf hem een duw en verdrietig keek hij op.
'Doe niet of je onbenullig bent. Je weet waar ik het over heb. Geniet. Leef elke dag alsof het je laatste is.'
'Maar dat is niet.'
'Dat weet je niet. De enige die daar over beslist, is die hogere macht daarboven.' De vriend wees met zijn wijsvinger naar de hemel. 'Alleen hij daar kan dat beslissen.'
Hij schudde zijn hoofd en liet zijn hoofd zakken.
'Leef elke dag alsof het je laatste is. Praat met vrienden alsof het de laatste keer is dat je ziet, doe dingen die je niet durft. Noem je dromen geen dromen, maar plannen. Doe dingen met je leven. Vergooi het niet. Lach, wees blij.'
'Sinds wanneer ben jij een wijze?'
'Sinds ik weet dat ik mijn leven vergooid heb. Maar jij hebt dat nog niet.'
'Misschien heb je gelijk...'
'Ik heb altijd gelijk!'
Hij grinnikte even en veegde de tranen van zijn gezicht. 'Maar even eerlijk...' zuchtte hij. 'Hoeveel geld heb je van me nodig?'
'Twintig!'
'Is dat alles?'
'Misschien vijftig.'
Hij toverde een briefje uit zijn zak en gaf die aan zijn vriend.
'Jij komt er wel,' zei zijn vriend terwijl het briefje wegstopte.
'Omdat ik je nu geld heb gegeven?'
'Nee, omdat ik 't geloof.'
Hij schudde zijn hoofd en liet zijn hoofd zakken.
'Leef elke dag alsof het je laatste is. Praat met vrienden alsof het de laatste keer is dat je ziet, doe dingen die je niet durft. Noem je dromen geen dromen, maar plannen. Doe dingen met je leven. Vergooi het niet. Lach, wees blij.'
'Sinds wanneer ben jij een wijze?'
'Sinds ik weet dat ik mijn leven vergooid heb. Maar jij hebt dat nog niet.'
'Misschien heb je gelijk...'
'Ik heb altijd gelijk!'
Hij grinnikte even en veegde de tranen van zijn gezicht. 'Maar even eerlijk...' zuchtte hij. 'Hoeveel geld heb je van me nodig?'
'Twintig!'
'Is dat alles?'
'Misschien vijftig.'
Hij toverde een briefje uit zijn zak en gaf die aan zijn vriend.
'Jij komt er wel,' zei zijn vriend terwijl het briefje wegstopte.
'Omdat ik je nu geld heb gegeven?'
'Nee, omdat ik 't geloof.'
donderdag 13 augustus 2015
Bosje Bloemen (Kort Verhaal #1)
'Weet je wat vreemd is?' vroeg ze op de dag voor ons huwelijk.
'Nou, wat is vreemd?' Had ik geantwoord. Ze begon direct te grinniken en ik keek haar verward aan.
'Voor een koppel, die al vijf jaar samen is, heb jij mij nog nooit, maar dan ook nog nooit, bloemen gegeven.' Ze gaf me een speelse blik die ik niet kon beantwoorden. Bloemen vond ik altijd overdreven, met woorden kon ik toch ook gewoon duidelijk maken dat ik van haar hield.
'Bloemen? Amehoela! Wat moet je daarmee?'
'Het is een romantische gebaar!' Ze streelde met haar hand over mijn wang en ik zuchtte.
'Bloemen zijn duur, geldverspilling.'
'Nou, ik vind ze mooi,' grinnikte ze. Ze kneep even in mijn hand en draaide zich toen om in bed. Diep vanbinnen maakte ik een belofte aan haar, dat op een dag, als ik meer dan genoeg geld zou hebben, haar elke dag een bos bloemen zou hebben.
De week na ons huwelijk maakte ik me klaar voor werk in de keuken. Zuchtend in haar pyjama knuffelde ze me van achteren.
'Moet je werken?' vroeg ze met een mierzoete stem. Ik grinnikte en knikte.
'Ik wou dat ik genoeg geld had, dan zou ik je meenemen op een huwelijksreis.' Ik draaide me om en keek op haar neer. Ze was kleiner dan ik, maar dat maakte haar niet minder mooi.
'Ik beloof dat ik ook werk ga vinden,' fluisterde ze.
'Ik ga om promotie vragen.'
'Echt?' vroeg ze verbaasd.
'Ja,' grinnikte ik. 'En dan ga ik sparen. Zodat ik onze huwelijksreis kan betalen.' Ze glimlachte maar haar ogen stonden verdrietig.
De elf maanden na ons huwelijk, op een zomerse avond, lagen we in bed. Naast me lag ze te woelen en te draaien.
'Kan je stil liggen?' vroeg ik.
'Mijn maag doet zo'n pijn,' klaagde ze.
'Ben je ongesteld?'
Ze grinnikte maar tegelijkertijd kermde ze. 'Ik ben niet ongesteld, oh, het doet zoveel pijn.'
'Moet ik een dokter bellen?' vroeg ik paniekerig terwijl mijn hart was gegrepen door angst. Koppig draaide ze zich om. 'Ik red me wel,' mompelde ze.
Het jaar na ons huwelijk zaten we in de wachtkamer van de dokter. Die dag had ik vrij genomen. Speciaal voor haar.
'Ik ben bang,' fluisterde ze terwijl ze in mijn hand kneep.
'Maak je geen zorgen,' fluisterde ik terug. 'Ze zullen vast niks vinden.'
'Wat als ze dat wel doen?' fluisterde ze.
'Dan... het komt wel goed!' Ik wuifde haar vraag weg, in de hoop dat ik haar zorgen ook daarmee wegnam. Maar we wisten beiden dat het dat het niet goed zat.
Anderhalf jaar na ons huwelijk stond ze huilend voor de wasbak. Ze was mager, scheerde opnieuw haar haar af maar nog steeds was ze mooi in mijn ogen.
'Mijn moeder vond mijn lange haar altijd het mooist,' zuchtte ze toen ze mij zag staan. 'Ze zei tegen me: "Knip het nooit af." Kijk nu... ik ben... kaal.'
'Ik vind je nog steeds mooi.' Had ik toen gefluisterd.
'Ik hoef het niet te weten,' snauwde ze. 'Iedereen zegt het, iedereen zegt dat het goedkomt, dat ik weer beter word en dat ik zo in een mum van tijd mijn haar weer terug heb maar soms kan ik het zien. In hun ogen...'
'Wat zie je, lieverd?' vroeg ik voorzichtig.
'Dat ze liegen.'
Twee jaar na ons huwelijk kreeg ik op mijn werk een telefoontje. Van mijn schoonmoeder, ze vertelde me iets wat mijn brein nooit meer zou verlaten. Ik was in huilen uitgebarsten aan mijn bureau waar mijn collega's ook zaten. Niemand begreep het, niemand wist wat er speelde, ik had nooit mijn best gedaan om vrienden te worden met anderen, ik had genoeg aan haar. Maar ze was er niet meer.
Twee jaar en drie dagen na ons huwelijk was ik compleet in het zwart gekleed. Net als de rest van mijn familie. Iedereen sprak over haar. Ze werd geprezen als een heldin en bestempeld als een engel. Maar de woorden van degenen die mij dierbaar waren gingen het ene oor het andere oor uit. Ze betekenden niets voor me.
Twee en een half jaar na ons huwelijk. Ineens sta ik hier weer. Denkend aan wat er allemaal is gebeurd. Ik mis de grote liefde van mijn leven. Iemand heeft een gat in mijn hart geboord maar heeft het niet gemaakt. De woorden die ik wil zeggen, liggen stil op mijn tong. De tranen die over mijn wangen lopen maken de situatie er niet beter op. Zuchtend ga ik door mijn knieën. Het bosje bloemen wat ik in mijn handen heb leg ik voorzichtig bij haar graf neer.
'Heb ik ze toch gekocht.'
'Nou, wat is vreemd?' Had ik geantwoord. Ze begon direct te grinniken en ik keek haar verward aan.
'Voor een koppel, die al vijf jaar samen is, heb jij mij nog nooit, maar dan ook nog nooit, bloemen gegeven.' Ze gaf me een speelse blik die ik niet kon beantwoorden. Bloemen vond ik altijd overdreven, met woorden kon ik toch ook gewoon duidelijk maken dat ik van haar hield.
'Bloemen? Amehoela! Wat moet je daarmee?'
'Het is een romantische gebaar!' Ze streelde met haar hand over mijn wang en ik zuchtte.
'Bloemen zijn duur, geldverspilling.'
'Nou, ik vind ze mooi,' grinnikte ze. Ze kneep even in mijn hand en draaide zich toen om in bed. Diep vanbinnen maakte ik een belofte aan haar, dat op een dag, als ik meer dan genoeg geld zou hebben, haar elke dag een bos bloemen zou hebben.
De week na ons huwelijk maakte ik me klaar voor werk in de keuken. Zuchtend in haar pyjama knuffelde ze me van achteren.
'Moet je werken?' vroeg ze met een mierzoete stem. Ik grinnikte en knikte.
'Ik wou dat ik genoeg geld had, dan zou ik je meenemen op een huwelijksreis.' Ik draaide me om en keek op haar neer. Ze was kleiner dan ik, maar dat maakte haar niet minder mooi.
'Ik beloof dat ik ook werk ga vinden,' fluisterde ze.
'Ik ga om promotie vragen.'
'Echt?' vroeg ze verbaasd.
'Ja,' grinnikte ik. 'En dan ga ik sparen. Zodat ik onze huwelijksreis kan betalen.' Ze glimlachte maar haar ogen stonden verdrietig.
De elf maanden na ons huwelijk, op een zomerse avond, lagen we in bed. Naast me lag ze te woelen en te draaien.
'Kan je stil liggen?' vroeg ik.
'Mijn maag doet zo'n pijn,' klaagde ze.
'Ben je ongesteld?'
Ze grinnikte maar tegelijkertijd kermde ze. 'Ik ben niet ongesteld, oh, het doet zoveel pijn.'
'Moet ik een dokter bellen?' vroeg ik paniekerig terwijl mijn hart was gegrepen door angst. Koppig draaide ze zich om. 'Ik red me wel,' mompelde ze.
Het jaar na ons huwelijk zaten we in de wachtkamer van de dokter. Die dag had ik vrij genomen. Speciaal voor haar.
'Ik ben bang,' fluisterde ze terwijl ze in mijn hand kneep.
'Maak je geen zorgen,' fluisterde ik terug. 'Ze zullen vast niks vinden.'
'Wat als ze dat wel doen?' fluisterde ze.
'Dan... het komt wel goed!' Ik wuifde haar vraag weg, in de hoop dat ik haar zorgen ook daarmee wegnam. Maar we wisten beiden dat het dat het niet goed zat.
Anderhalf jaar na ons huwelijk stond ze huilend voor de wasbak. Ze was mager, scheerde opnieuw haar haar af maar nog steeds was ze mooi in mijn ogen.
'Mijn moeder vond mijn lange haar altijd het mooist,' zuchtte ze toen ze mij zag staan. 'Ze zei tegen me: "Knip het nooit af." Kijk nu... ik ben... kaal.'
'Ik vind je nog steeds mooi.' Had ik toen gefluisterd.
'Ik hoef het niet te weten,' snauwde ze. 'Iedereen zegt het, iedereen zegt dat het goedkomt, dat ik weer beter word en dat ik zo in een mum van tijd mijn haar weer terug heb maar soms kan ik het zien. In hun ogen...'
'Wat zie je, lieverd?' vroeg ik voorzichtig.
'Dat ze liegen.'
Twee jaar na ons huwelijk kreeg ik op mijn werk een telefoontje. Van mijn schoonmoeder, ze vertelde me iets wat mijn brein nooit meer zou verlaten. Ik was in huilen uitgebarsten aan mijn bureau waar mijn collega's ook zaten. Niemand begreep het, niemand wist wat er speelde, ik had nooit mijn best gedaan om vrienden te worden met anderen, ik had genoeg aan haar. Maar ze was er niet meer.
Twee jaar en drie dagen na ons huwelijk was ik compleet in het zwart gekleed. Net als de rest van mijn familie. Iedereen sprak over haar. Ze werd geprezen als een heldin en bestempeld als een engel. Maar de woorden van degenen die mij dierbaar waren gingen het ene oor het andere oor uit. Ze betekenden niets voor me.
Twee en een half jaar na ons huwelijk. Ineens sta ik hier weer. Denkend aan wat er allemaal is gebeurd. Ik mis de grote liefde van mijn leven. Iemand heeft een gat in mijn hart geboord maar heeft het niet gemaakt. De woorden die ik wil zeggen, liggen stil op mijn tong. De tranen die over mijn wangen lopen maken de situatie er niet beter op. Zuchtend ga ik door mijn knieën. Het bosje bloemen wat ik in mijn handen heb leg ik voorzichtig bij haar graf neer.
'Heb ik ze toch gekocht.'
Abonneren op:
Posts (Atom)